toegang voor visueel gehandicapten
U bent hier: Multimedia > Torenverhalen > Lichtspraak In Breda
Tekst kleiner Tekst groter

Multimedia > Torenverhalen > Lichtspraak In Breda


Lichtspraak In Breda
 
Een levendige winteravond vol geluiden in Breda. Ja, op donderdag kan er tot negen uur gewinkeld worden. Langs de hoge, slanke toren lopen veel mensen, zoekend naar aanlokkelijke etalages of gezellige cafés
Maar laten we ons nu bezighouden met het licht dat de Bredase toren zo innig omhult.
Voor de grote galmgaten glanst het ronde uurwerk geeloranje. Overdag heeft die klok heel bescheiden gewaakt. Maar eerst in het donker komt hij goed tot zijn recht, en spreekt:
"Mijn wijzers en getallen beelden de stiptheid van winkeliers, die nauwkeurig hun werk doen, of het juweliers zijn of verkopers van kaas en noten. Op de Grote Markt zijn nu wandelaars, die naar mij kijken en mijn glans verstaan. Ze ontvangen iets. Hun gemoed heeft blije warmte bij hetgeen ze willen doen. Met des te meer genoegen zullen ze nog wat boodschappen doen of ergens in een knus eethuis gaan zitten. Dat zullen ze doen met de aard van "hier heerst gemoedelijkheid; zorgen zijn voor later."
Ja, in de toekomst zullen steeds meer mensen mijn invloed ervaren."
 
"Ik ben ook heel gelukkig met mijn bestaan," zegt het schijnwerperlicht dat om de toren hangt. "Mijn geboorteplaats ofwel mijn uitstralingspunt is een werkelijk en aanwijsbaar iets. Toch omhels ik onze toren als een wazige, zachtzinnige spookverschijning. Ik geef dit oude bouwwerk een aanzien van jeugdige kracht. De spitsen en bogen, die lang geleden vol zorg werden geschapen, worden door mijn streling elke nacht opnieuw jong gemaakt.
Soms staat er een jongeman op de Grote Markt. Met half toegeknepen ogen kijkt hij schuin naar boven. Ik hoor hem dan prevelen:
"Die glimmende, witte toren is net een geweldige druipsteen, een stalagmiet met allerlei uitsteeksels en poortvormige holtes er in. Dat wonderlijke gevaarte wijst als het ware met zijn top naar de oneindige hoogte van een onvoorstelbaar grote grottenzaal. Je zou denken aan luchtruim als een koepel." 
Wat zal ik later nog mogen horen?"
 
"Ja, je hoort nu van mij wat!" roept het licht dat helemaal bovenin de toren schijnt. "Ik word omringd door een kleine kring van slanke zuilen. Daarom ben ik fel en helder, draag ik ook zorg voor de top van Breda 's toren. Dankzij mij is deze top 's nachts geen ijle, bijna onzichtbare schim, maar heeft hij weliswaar een donkere, toch duidelijk omlijnde gestalte. Onder mij ziet men die sierlijke uitstulping, boven mij die groene spits... Een waardig hoogtepunt en een trots eindstuk van dit  geëerde kunstwerk."
 
De ronde klok neemt weer het woord:
"Mijn plaats voor de galmgaten is heel gunstig. Ik kan dan ook zien wat er in de toren gebeurt.
Een tijdje geleden kwamen een paar mensen de wenteltrappen op. Ze hadden het met elkaar over die bogen aan weerskanten van mij. Dat waren  net de neerhangende snorren van een oude Oosterse wijsgeer.
Laten wij onze gedachten ook eens gaan."
Dit doen de drie lichten en zwijgen. Ze krijgen allemaal hetzelfde denkbeeld:
"Wij, lichten, maken van Breda 's toren een krachtige, opgestoken arm in de nacht. Daar straalt vastbeslotenheid en opgewekte ondernemingszin vanaf.
Wij schenken ogen, handen en gedachten van mensen veel wil en vaardigheid om te scheppen. Heel wat tekeningen, foto 's en drukwerken vertellen van onze toren, sieren belangrijke zalen en onbekende huiskamers."

 

Han Messie
 

naar boven
Webdesign door ALLWWW Oosterhout