Multimedia > Op de Hoogte > Meer functies van de Toren
| « De functies van de Toren | De toren van top tot teen » |
De functies van de Toren (4)
(Het Stadsblad 3 juni 2009)
|
-De toren als concertgebouw- Vanuit de aan het uurwerk gekoppelde voorslag ontwikkelde zich een los klokkenspel dat als een muziekinstrument kan worden bespeeld, de beiaard of het carillon. De eerste Bredase klokkenspeler die we van naam kennen is Thomas den Beyaert (± 1526). In Breda wordt standaard op marktdagen (dinsdag- en vrijdagochtend) live op het carillon gespeeld. De laatste 34 jaar door klokkenist Jacques Maassen, de twintigste beiaardier van de stad. Op zijn 49 klokken speelt hij ook op klaarlichte dag de sterren van de hemel. Omdat de toren formeel eigendom van de stad is, is de beiaardier met afstand de hoogste gemeenteambtenaar van Breda. -De toren als steunpilaar- De toren heeft zich in de loop van de tijd het nodige laten aanleunen. Aan de noordzijde werd de H. Grafkapel er tegenaan gebouwd. Ook de stadswaag stond een tijdje daar aan de torenvoet. Onderaan de zuidkant van de toren kwam een doopkapel en later nog een stadsherberg. Binnen in de Grote Kerk hangt het prachtige monumentale orgel tegen de onderkant van de toren. Maar het kerkgebouw geeft de toren ook weer wel wat ruggensteun. Voor wat hoort wat. -De toren als mikpunt- Vroeger werden nieuwe wegen soms kaarsrecht op kerktorens uitgezet op grond van zichtlijnen. De wegen die zo ontstonden noemt men torendreven. De huidige Bouvignelaan is de oudste torendreef met de Bredase toren als zichtlijn (± 1611). Door latere bebouwing is de toren nu op veel torendreven uit het zicht verdwenen. -De toren als meetpunt- De kerktoren van Breda had vroeger een nuttige functie bij het tot stand komen van landkaarten. Samen met andere torens maakte hij deel uit van een meetnetwerk dat later de rijksdriehoeksmeting werd genoemd. Tegenwoordig zoekt men bij het landmeten de hulp nóg hoger, tot ver in de onmetelijke ruimte: satellieten. |
De functies van de Toren (5)
(Het Stadsblad 10 juni 2009)
|
-De toren als windwijzer- De haan op de Bredase toren, symbool van de waakzaamheid, wijst met zijn kop naar de kant waar de wind vandaan komt. Hoe je ’t ook wendt of keert, de torenhaan krijgt dus altijd de wind van voren. -De toren als feestzuil- Op feestdagen is de Bredase toren de hoogste vlaggenmast van de stad. Festiviteiten worden van boven af ook vaak opgeluisterd door klokgelui en carillonmuziek. Vroeger werd de toren soms verlicht met flambouwen of lampjes als er iets te vieren viel. In 1590 werd de verovering van de stad door middel van het Turfschip zo uitbundig bejubeld dat fakkels één groot vreugdevuur van de toren dreigden te maken. Tijdig bluswerk zette het feest toen op een laag pitje. -De toren als wegwijzer- Ben je op het platteland rond Breda totaal de weg kwijt en je weet niet meer waar je het zoeken moet, dan is de toren een welkom herkenningspunt, een baken, dat je weer op het goede spoor zet. Zeker vroeger werd de wegwijzerfunctie van de Bredase toren door reizigers hooglijk gewaardeerd. - -De toren als pispaal- Een opgedrongen functie. Tijdens het stappen willen mannen met hoge nood, die te diep in het glaasje hebben gekeken, de toren nog wel eens als urinoir gebruiken. Wat moeten die zich klein voelen. -De toren als volière- Vroeger werden torens steevast gekraakt door vogels van verschillend pluimage: torenkraaien, torenduiven, torenvalken. De Bredase toren is nu redelijk goed beveiligd tegen deze vrijbuiters, die in meerdere opzichten schadelijk zijn voor het gebouw. Met pinnetjes en gaas worden ze ontmoedigd. De meeste vogels zijn dan ook gevlogen. De aanhouders lopen kans opgepeuzeld te worden door een slechtvalk die de toren als jachtterrein beschouwt. Goed voor de toren, zo’n slechtvalk. |
De functies van de Toren (6)
(Het Stadsblad 17 juni 2009)
|
-De toren als communicatie-, informatie- en servicecentrum- In de vorige afleveringen hebben we een grote verscheidenheid aan functies van de Bredase toren voorbij zien komen. Hij was lange tijd hét multifunctionele dienstencentrum van de stad. Tegenwoordig overheerst het amusementsaspect, maar de meerwaarde van de toren voor de stad blijft recht overeind. -De toren als kunstobject- De toren is als hoogste gevel van Breda een kunstwerk op zich. De kunstenaar/architect is niet bekend. Maar het gebouw is een artistiek hoogstandje dat er bovendien, door lichtval en het weer, steeds anders uit kan zien. Als Bredanaars mogen we ons de gelukkige eigenaar prijzen van een ‘beeldhouwwerk’ van hoog niveau met een variabele uitstraling. -De toren als toeristische attractie- Jaarlijks wordt de Bredase toren door vele honderden mensen beklommen. De klim op zich is al de moeite waard. Via de ruimte van de grote klok en de torenwachterskamer kom je buiten op de derde omloop, net onder de wijzerplaat. Direct beneden: Bredurodam. En op heldere dagen kun je wel 50 km ver kijken. Het is ook een goede conditietest (bijna 300 treden). Wie zichzelf op de hoogte wil stellen: zie hieronder bij torenbeklimmingen. -De toren als bindmiddel- Tenslotte zorgt de toren ervoor dat Bredanaars iets tastbaar gemeenschappelijks hebben. Dit unieke bouwwerk is voor veruit de meeste inwoners het symbool bij uitstek van de stad. Iets waarmee je voor de dag kunt komen, ook ’s avonds als hij verlicht is. Die trots zorgt bij veel inwoners voor een speciale verbondenheid met Breda. Alsof de toren de stad is en de stad de toren. Na een vakantie voelen we ons meteen weer thuis als we hem in de verte zien opdoemen. De meeste Bredanaars weten heel zeker dat er méér is tussen hemel en aarde: de toren. |
Bronnen (De functies van de Toren)
Ach lieve Tijd (acht eeuwen Breda en de Bredanaars); uitgeverij Waanders, Zwolle/ Gemeentearchief Breda, 1985-1987.
Breda, stad van borderlords en baronnen; Leo Nierse/BN/De Stem, Vèrse Hoeven uitgeverij, Raamsdonksveer, 2003.
Het Bredaboek; J. Hendriks, Gerard Otten & Patricia Böschen, Waanders Uitgeverij Zwolle/Gemeente Breda, 2008
De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda (Aantekeningen over de bouwgeschiedenis); J.M.F. Ijsseling; Jaarboek De Oranjeboom 21 (1968)
Christelijke Symbolen van A tot Z; Alfred C. Bronswijk, uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer, 2006.
Documentatie Gilde De Baronie (t.b.v. stadsgidsen)
Encyclopedie van Tekens & Symbolen; Mark O’Connell en Raje Airey, Veltman Uitgevers Utrecht, 2007.
De Geschiedenis van Breda. I De Middeleeuwen: M.A. van Nieuwkerk en Dr. E. J. Haslinghuis, uitgeverij Interboog International B.V., Schiedam, 1952/1976.
Hoogtevrees en Diep Verlangen (een boek over torens in Breda);H. van Maaskant de Bruijn, J. de Valk e.a.; uitgevers: Heja Projectontwikkeling BV en Drukkerij Em. De Jong BV, 2002
Klokkenluiders Gilde Breda; brochure
Muziek uit de toren; Jacques Maassen, Gemeente Breda.
De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda; G.W.C. van Wezel e.a., Waanders Uitgevers, Zwolle/Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist, 2002.
Het Oudste Nederlandse trommelspeelwerk: Breda 1724 tot 1908; Jacques Maassen, De Oranjeboom Breda/ Gianotten Tilburg, 2008
Rijksdriehoeksmeting; Ir. J. Lesparre, kadaster, GEO-Info 2007-5
Rijksdriehoekscoördinaten; Wikipedia, 16-3-2009
Torendreven en zichtlijnen in Breda en omgeving; Gerard Otten/M.L. van den Wijngaard; gemeente Breda
500 Jaar Toren, Leo Nierse en Edine Wijnands;BN/De Stem Breda, 2009
Jacques Maassen, stadsbeiaardier
www.beiaard.be (‘De Luiklok’, L. Rombouts)
www.grotekerkbreda.nl
www.wikipedia.nl (‘Onze Lieve Vrouwetoren Amersfoort’)
www.stadarchief.breda.nl
www.torenbreda.nl


