Geschiedenis > Geschiedenis tot 1500
Een eerste stenen kerk in Breda
In een akte uit 1269 in het archief van het Begijnhof spreekt men voor het eerst over de bouw van een stenen parochiekerk in Breda. Uit deze oorkonde van Elisabeth van Breda en Arnoud van Leuven, de toenmalige Heer van Breda, blijkt dat in het midden van de dertiende eeuw de toen bestaande kerk door een nieuwe werd vervangen:
'dor de nohit en de dor dorbere der kerken van Breda tir thiet, doen men makede den stenne moinster te Breda'.
Van deze kerk zijn bij opgravingen in 1996/97 onder meer de funderingen teruggevonden van de westgevel en de toren.
Instorten en herbouwen van de toren
Een uit het begin van de 17e eeuw bewaard gebleven kreupel tijdvers maakt melding van het instorten van de toren in 1457 door een storm. De herbouw duurde van 1468 tot 1509. De eerste steen
'op welke hij gaut ende silver voeghde met devotie'
werd gelegd door de drossaard Andries van Nispen. De hoogste steen van de Toren werd gelegd in 1506
'en bleef zoo staan, terwijl intusschen alle houtwerk, leien en ijzer gereed werden gemaakt'.
Graaf Hendrik III van Nassau zal in 1509 de Toren laten voltooien. De houten bekroning wordt gehesen en gesteld, en een geschilderd en verguld kruis, met appel en haan, 510 pond zwaar er op gezet, het kruis werd geplaatst
‘den eenentwintigsten van den hooimaand, omstreeks het middaguur…’
De grote klok werd in 1503 in de Toren gehangen, in 1513 verbonden met het uurwerk als 'voorslag' en tenslotte werd het bovenwerk met leien bedekt. Met het gereedkomen van de bouw van de toren en de zijkapellen kreeg Breda het enige voorbeeld in de provincie van een voltooide Brabants Gotische kerk. Opvallend is, dat het gehele gebouw bekleed is met Zuid-Nederlandse natuursteen.
In een akte uit 1269 in het archief van het Begijnhof spreekt men voor het eerst over de bouw van een stenen parochiekerk in Breda. Uit deze oorkonde van Elisabeth van Breda en Arnoud van Leuven, de toenmalige Heer van Breda, blijkt dat in het midden van de dertiende eeuw de toen bestaande kerk door een nieuwe werd vervangen:
'dor de nohit en de dor dorbere der kerken van Breda tir thiet, doen men makede den stenne moinster te Breda'.
Van deze kerk zijn bij opgravingen in 1996/97 onder meer de funderingen teruggevonden van de westgevel en de toren.
Instorten en herbouwen van de toren
Een uit het begin van de 17e eeuw bewaard gebleven kreupel tijdvers maakt melding van het instorten van de toren in 1457 door een storm. De herbouw duurde van 1468 tot 1509. De eerste steen
'op welke hij gaut ende silver voeghde met devotie'
werd gelegd door de drossaard Andries van Nispen. De hoogste steen van de Toren werd gelegd in 1506
'en bleef zoo staan, terwijl intusschen alle houtwerk, leien en ijzer gereed werden gemaakt'.
Graaf Hendrik III van Nassau zal in 1509 de Toren laten voltooien. De houten bekroning wordt gehesen en gesteld, en een geschilderd en verguld kruis, met appel en haan, 510 pond zwaar er op gezet, het kruis werd geplaatst
‘den eenentwintigsten van den hooimaand, omstreeks het middaguur…’
De grote klok werd in 1503 in de Toren gehangen, in 1513 verbonden met het uurwerk als 'voorslag' en tenslotte werd het bovenwerk met leien bedekt. Met het gereedkomen van de bouw van de toren en de zijkapellen kreeg Breda het enige voorbeeld in de provincie van een voltooide Brabants Gotische kerk. Opvallend is, dat het gehele gebouw bekleed is met Zuid-Nederlandse natuursteen.
Is het u wel eens opgevallen dat de toren na een bui regen donkergrijs kleurt? Maar als de zon weer is doorgebroken wordt de toren weer prachtig roomwit!
Sacrament van Niervaart
In 1449 werd het 'Sacrament van Niervaart' naar de kerk overgebracht. Het gaat hierbij om een rond 1300 door Jan Bautoen bij het plaatsje Niervaart gevonden hostie, die bij aanraking ging bloeden. De bedevaart naar dit Sacrament moet de kerk geen windeieren hebben gelegd, volgens de overlevering werden
'alle dese reparatie aen de kerk en thoren, clocken enz. gemaeckt uijt den offer van 't H. Sacrament van miraekel, hetwelck ao 1449 uijt de kerck van Nieuwvaert seer solemneelijk wirt gebracht in de hooftkerck van Breda'.
Sacrament van Niervaart
In 1449 werd het 'Sacrament van Niervaart' naar de kerk overgebracht. Het gaat hierbij om een rond 1300 door Jan Bautoen bij het plaatsje Niervaart gevonden hostie, die bij aanraking ging bloeden. De bedevaart naar dit Sacrament moet de kerk geen windeieren hebben gelegd, volgens de overlevering werden
'alle dese reparatie aen de kerk en thoren, clocken enz. gemaeckt uijt den offer van 't H. Sacrament van miraekel, hetwelck ao 1449 uijt de kerck van Nieuwvaert seer solemneelijk wirt gebracht in de hooftkerck van Breda'.
Sinds enkele jaren heeft Breda een Niervaertgilde. Jaarlijks, op Sacramentsdag, vindt een processie plaats waaraan veel Gilden uit de omgeving deelnemen. Schutters, boogschutters, kloveniers en bedevaartgangers vergezellen de clerus tijdens de tocht van het Begijnhof naar de Kathedraal. De stoet gaat door de Grote Kerk heen, terwijl 40 meter hoger het Klokkenluiders Gilde Breda (KGB) met de luidklok van 3750 kilo de omgang luister bijzet.


