toegang voor visueel gehandicapten
U bent hier: Geschiedenis > Geschiedenis 1500 - 1800
Tekst kleiner Tekst groter

Geschiedenis > Geschiedenis 1500 - 1800


Beeldenstorm

 

Na de beeldenstorm in 1566 brak voor de kerk een periode van onzekerheid aan. Meerdere malen zou de kerk in andere handen overgaan. Ondanks de beeldenstorm bleef de kerk tot 1576 in katholieke handen. Van 1577 tot 1581 kwam de kerk voor het eerst in protestantse handen, om vervolgens tot 1590 weer aan de katholieke eredienst te worden gewijd. Na de krijgslist met het turfschip zou Breda in handen van Prins Maurits komen en blijven tot 1625. De kerk was in deze periode weer in gebruik bij de protestanten. Nog kort van 1625 tot 1637 zou de kerk weer aan de katholieken toebehoren, maar in 1637 kwam de kerk definitief aan de protestanten. Alles wat aan de katholieke eredienst herinnerde verdween definitief uit de kerk. Voor de Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk betekende dit langzaam maar zeker verval, het onderhoud bleef beperkt tot het allernoodzakelijkste.

 

Branden blussen

 

De kerk en toren hebben brand gekend, soms veroorzaakt door menselijke onvoorzichtigheid, vaker door blikseminslag. Zo moest in 1590 een begin van brand geblust worden op de toren, nadat men daar onvoorzichtig met fakkels was omgegaan bij de feestelijkheden vanwege de verovering van Breda door Staatse troepen (met de list met het turfschip). Zeer ingrijpend was de torenbrand als gevolg van blikseminslag op 11 mei 1694. De houten torenbekroning met zijn kenmerkende peervorm ging daarbij volledig verloren. Men probeerde tijdens de brand de verspreiding van vonken tegen te gaan door de bekroning met een kanon eraf te schieten, maar dat mislukte (er werd niet raak geschoten). Het klokkenspel in de toren stortte neer, evenals de 'Bom' of 'Roelant', de grootste klok die bij brand of ander gevaar werd geluid. Dankzij de inzet van honderden burgers kon de kerk worden gered. Daarbij maakte men gebruik van de twee brandspuiten die Breda rond 1689 had gekocht. Deze spuiten hielden de scheepszeilen nat die over het dak van de kerk en over de banken in de kerk waren uitgespreid. Wat resteerde was, volgens de kroniekschrijver, "een holle, rokende koker". Van de inhoud was kennelijk niets gespaard.

Een nieuwe torenbekroning kwam er mede dankzij de bijdrage van de heer van Breda, stadhouder-koning Willem III. Deze stelde een deel van de pachtopbrengst van zijn tienden ter beschikking en schonk timmerhout uit de bossen van de Oranjes. Van de oude torenbekroning bestaat nog een vier meter hoog houten model, gekocht door het stadsbestuur in 1695 (thans Breda's Museum).

 

naar boven
Webdesign door ALLWWW Oosterhout